De zandtaartbodem vormt de basis van de taart die je verder kan aanvullen met creme en een fruitsoort.

Hoe ga ik te werk?

Een bakvorm, keukenmachine, steelpan en een blender vormen als basis een hecht keukenteam.

 

 

Zet je bakvorm klaar en boter de randen in, bestrooi met rijstmeel en bedek de bodem van je vorm met bakpapier.

Verwarm je traditionele oven voor op 160 graden.

Doe de boter in stukjes en meng samen met de suiker en het ei in de keukenmachine.

Weeg ondertussen alle andere ingrediënten af en doe ze samen in een kom waarin je het kort tot één geheel mengt.

Voeg dit nu bij de rest in de keukenmachine en laat verder mengen tot een vochtig deeg.

Strooi wat rijstmeel op je handen en werkblad en vorm een bol van het deeg.

Leg de bol in het midden van je bakvorm en gebruik je handpalm om het deeg over de hele vorm uit te duwen.

Als het aan je handen kleeft, doe dan nog wat rijstmeel op het deeg om het verder uit te duwen.

Maak de randen en de bodem ongeveer even dik.  

Giet keramische bolletjes op de taartbodem en zet een vijfentwintigtal minuten in de oven.

Even met een prikker nakijken of het doorbakken is en laten afkoelen om een heerlijke creme te maken terwijl je al kan genieten van de geur van taart maakt het leven nog leuker!

 

De crémevulling

Doe water en de cashewnoten in de blender en laat op hoge snelheid mixen tot een egale vloeistof. 

Giet deze door een zeef in je steelpan. 

Voeg hier de vanillesuiker en het zout aan toe.

Onder voortdurend roeren op een laag vuur merk je dat de créme dikker wordt.

Blijf nu vooral roeren zodat je créme niet aanbrandt.

Als ze goed dik is haal je de steelpan van het vuur en voeg je nog de honing of zoetstof toe.

Afgekoeld kan je het afgedekt in de koelkast bewaren tot je de taart wil afwerken. 

Als je de créme graag nog wat steviger wil kan je een eetlepel arrowroot oplossen in 3 eetlepels water en die bij de vloeistof mengen terwijl ze warm heeft en nog op het vuur staat. 

Copyright Silvia Dello 01/09/2014

 

Ingredienten voor de bodem

140 gr volkoren rijstmeel

30 gr boekweitmeel

3 gr zout

1 ei

5 gr vlozaadpoeder

75 gr kokosbloesemsuiker

120 gr ongezouten boerenboter in stukjes

 

Ingredienten voor de creme:

150 ml water

80 gr rauwe cashewnoten

2 eetlepels honing

een halve theelepel zeezout

anderhalve eetlepel ongeraffineerde vanillesuiker

optie:1 eetlepel arrowroot

Voor de vlaai gebruik ik graag een ronde taartvorm waarvan ik de bodem voorzie van bakpapier.

De traditionele oven staat op 175 graden, en alles samen ben ik anderhalf uur bezig.

Heerlijk vindt ik de bodem met daarop een laagje pudding en dan een laag fruit.

Kriekenvlaai is mijn favoriet en als kers op de kriekenvlaai vindt je de bereidingswijze van de kriekenlaag ook hieronder terug.

 

 

We beginnen met het deeg:

Ontpit de dadels en mix ze samen met de rijstmelk tot één geheel.

Voeg de eidooier, olijfolie en de ghee (of boter) toe en mix tot één geheel.

Doe alle droge ingrediënten in een kom en meng kort.

Voeg er de vloeibare massa bij en kneed tot een bol.

Eerst doe ik dit met een lepel, maar vanaf het deeg wat vaster wordt, gebruik ik mijn handen om te kneden.

Veel leuker!

Als je een mooie, vaste deegbal hebt kan je ze verdelen in twee stukken van ongeveer 500 gr en 200 gr.

Het grootste stuk gebruik je voor de bodem en de rest voor de decoratieve bovenlaag.

Bestrooi het werkblad met rijstmeel en rol het grootste stuk deeg open.

Draai om en doe terug wat rijstmeel op het deeg en je deegrol.

Rol verder open.

Leg het deeg op het bakpapier die je uit je bakvorm hebt gehaald en rol verder open zodat je ongeveer een vijftal centimeter buiten je bakpapier komt.

Leg nu alles voorzichtig in je bakvorm en werk bij waar nodig.

Dek de vorm af en zet opzij.

Neem nu het andere stuk deeg en rol open in een lange rechthoek.

Snijdt hieruit lange stroken deeg, waarmee je straks de traditionele ruitvorm voor de vlaai kan maken.

 

 

En dan komt de laag krieken!

Wat heb je nodig:

650 ml krieken op sap, 30 gr arrowroot met wat water, 100 gr honing en 1 eetlepel vanillesuiker.

Doe alles, uitgezonderd de arrowroot in een kookpot, en zet op een middelmatig vuur.

Doe ondertussen de arrowroot in een kommetje met wat water en meng tot één geheel om straks de vloeistof in te dikken.

Als de krieken het kookpunt bereiken, doe je er de arrowrootvloeistof bij.

Roer een tweetal minuten en neem de pan van het vuur.

Laat afkoelen

 

 

Nu rest enkel nog het opbouwen van de lagen, en de vlaai is klaar om gebakken te worden.

Neem de bodem en prik er gaatjes in met een vork.

Strooi er het paneermeel overheen. Giet de pudding als eerste op de bodem en strijk uit zodat de laag overal even dik is. Doe er dan de toplaag van krieken, appel of een ander fruit op.

Nu nog de lange repen deeg kruisgewijs erover leggen en de vlaai is er helemaal klaar voor. Bestrijk nog even met wat eigeel en water en zet een kommetje met water op de bodem van de oven. Dit zorgt ervoor dat het deeg niet uitdroogd tijdens het bakken.

Een half uurtje in het midden van een voorverwarmde,traditionele oven van 175 graden laten bakken. De vlaai is klaar om af te koelen in de vorm op een rooster. Na een paar extra uurtjes in de koelkast heb je een stevige, lekkere gluten-, en lactosevrije vlaai om van te smullen!

 

Smakelijk!

 

 

 

 

 

 

 

Ingredienten voor het deeg

200 ml rijstmelk

4 dadels

25 gr ghee of ongezouten boerenboter

1 eidooier

25 ml olijfolie

250 gr rijstmeel

50 gr boekweitmeel

20 gr vlozaadpoeder

10 gr droge gist

3 gr zeezout

1 eetlepel glutenvrij paneermeel